Tagarchief: Portieren

Portieren

Motorvoertuigen hebben meestal minstens 2, maar hoogstens 6 portieren. Tot de portieren (deuren) worden gewoonlijk ook de achterkleppen van combi’s gerekend, ook al zijn die gewoonlijk niet bedoeld voor in- en uitstappen.

Behalve het in- en uitstappen en het in- en uitladen mogelijk te maken, moeten de portieren vooral de passagiersruimte goed van de omgeving afsluiten en hem afdichten tegen vocht en stof. Tenslotte moeten de portieren ook zo stabiel zijn, dat ze bij een eventueel ongeval ook een bepaalde bescherming bieden aan de inzittenden.

draaideur

draaideur

Afhankelijk van hoe het portier aan de wagen is bevestigd en hoe het geopend kan worden, onderscheidt men draai- en klapdeuren, die vooral bij personenauto’s worden gebruikt, schuifdeuren, die vaak bij transportwagens worden gebruikt en zwaaideuren, die bij bussen met deursluit-installaties worden ingebouwd.

De draaideur moet altijd de aanslag in de rijrichting aan de voorkant hebben. Door een slot met dubbele vergrendeling wordt voorkomen dat het portier tijdens het rijden opengaat.

klapdeur

klapdeur

Het openen van het portier wordt begrensd door een vangband, daardoor worden eventuele beschadigingen door te ver openen voorkomen. Daarbij is vaak ook nog een deurvastzetter aangebracht, zodat het portier na het openen blijft staan en niet al bij een klein windstootje verder open- of dichtslaat.

De achterdeur/achterklep is bij bepaalde limousines of combi’s vormgegeven als klapdeur. De aanslag (sponning) bevindt zich aan het dak van het voertuig. Het openen wordt vergemakkelijkt door één of twee éénpijps-schokdempers.

schuifdeur

schuifdeur

De krachten van deze gasdempers werken op een hefboom, die over zijn dode punt zwenkt. Daardoor wordt vanaf een bepaalde openingshoek de deur naar boven gedrukt en tegelijkertijd verhinderd, dat een geopende klapdeur vanzelf weer dichtvalt.

Schuifdeuren worden vooraan beneden in de bodem en bovenin in het dak in rollagers geleid. Achter zit er in het midden van het portier een haakse hefboom met een geleider. Bij het openen wordt het portier door de hefboom naar buiten geduwd en kan dan langs de buitenkant van de wagen worden geschoven.

zwaaideur

zwaaideur

Zwaaideuren worden door een hefboomsysteem bij het openen zo gezwenkt, dat ze naast de buitenkant van het voertuig staan.

Ter bescherming van de inzittenden zijn de portieren aan de binnenkant bekleed en gedeeltelijk gecapitonneerd.

De handgrepen om de deur van binnen uit te openen zijn zo in de bekleding geïntegreerd, dat er geen uitstekende randen zijn die verwondingen zouden kunnen veroorzaken. Aan de bekleding zijn meestal nog armleuningen vastgeschroefd, die vaak ook de schakelaars voor de elektrische bedienbare ramen opnemen. Extra vakken en zakken in het onderste deel van het portier dienen om kaarten en dergelijke in op te bergen.

Vaak zijn er in de voordeuren ook luidsprekers ingebouwd en rode lampjes, die via deurcontacten kunnen worden ingeschakeld en bij geopende deur branden, zodat het achterop komende verkeer vooral in het donker extra informatie krijgt.