Dashboard

In het dashboard bevinden zich de voor het functioneren van het motorvoertuig belangrijke controle- en signaalapparatuur resp. lampjes.

Verder bevinden zich in het dashboard schakelaars en bedieningshendels voor onder andere de ventilatie, de verwarming en de achterruitverwarming.

Onder het eigenlijke dashboard bevindt zich gewoonlijk de zekeringkast met de zekeringen, die de afzonderlijke circuits apart beveiligen.

Belangrijke meters zijn de snelheidsmeter / kilometerteller, de toerenteller, de brandstofmeter (eig. aanwijzer) en de temperatuurmeter van de koelvloeistof.

De snelheidsmeter, die mechanisch of elektronisch aangedreven kan zijn, geeft de momentele snelheid van het voertuig aan en bevat tevens de kilometerteller, die het totaal aangeeft van de door het voertuig afgelegde afstand.

Daarbij is er ook nog een zogenaamde dagteller aanwezig, die bij stilstand van het voertuig steeds op nul kan worden gezet door een terugzetknop.

De toerenteller geeft het motortoerental aan in duizend omwentelingen per minuut en wordt bij zeer ouderwetse automobielen mechanische aangedreven door de nokkenas van de motor. Bij de elektronische meting worden de ontstekingsimpulsen van de bobine opgenomen, in de elektronische toerentalmeter verwerkt en aangegeven. De hoge toerentallen die tot motorschade kunnen leiden, zijn meestal in rood aangegeven.

De brandstofwijzer geeft aan, hoeveel brandstof er nog in de tank zit.

De koelvloeistofthermometer geeft de temperatuur aan van de motorkoelvloeistof. Het “normale” bereik is meestal blauw gekleurd. Wanneer de motor oververhit is, dan bevindt de wijzer zich in het rode gebied, daarbij kunnen waarschuwingslampjes branden.

In het dashboard zijn verder de volgende lampjes ondergebracht:

Controlelampjes voor de richtingaanwijzers
De controlelampjes voor de richtingaanwijzers, die er gewoonlijk voor elke richting zijn, knipperen wanneer de richtingaanwijzer aanstaat.

Wanneer de waarschuwingsknipperlichten aan staan (de schakelaar bevindt zich eveneens in het dashboard of in de bekleding van de stuurkolom), dan knipperen beide controlelampjes tegelijk

Dashboard

Dashboard

Waarschuwingslampje voor lage brandstofhoeveelheid
Wanneer de hoeveelheid brandstof die nog in de tank zit onder een bepaalde grens gedaald is, dan begint het lampje te branden.

Controlelampje voor de oliedruk
Dit lampje gaat branden wanneer de oliedruk in het motorsmeersysteem te laag is. Oorzaken kunnen een defect smeersysteem zijn, motorschade of een te laag oliepeil. Het lampje kan gecombineerd zijn met een waarschuwingszoemer.

Laadstroomcontrolelampje
Het laadstroomcontrolelampje begint te branden, wanneer er storingen aan de dynamo of in het laadstroomcircuit zijn.

Controlelampje voor de (hand)rem
Dit lampje licht op bij het inschakelen van de ontsteking wanneer de auto nog op de handrem staat. Wanneer de auto van de handrem af is en het lampje brandt toch, dan is meestal het peil van de remvloeistof in het voorraadreservoir te laag.

Waarschuwingslampje voor de stand van de ruitenwisservloeistof
Dit lampje licht op wanneer de ruitenwisservloeistof onder een bepaald peil is gedaald.

Controlelampje voor de mistlamp
Dit lampje brandt wanneer de mistlamp aan staat.

Controlelampje voor groot licht
Dit lampje staat aan wanneer het groot licht is ingeschakeld en het heeft een blauwe kleur. Bij enkele voertuigen wordt ook nog met een groen lampje aangegeven, dat het dimlicht is ingeschakeld.

Controlelampje voor waarschuwingsknipperlicht
Dit lampje brandt tegelijk met de knipperende controlelampjes voor de richtingaanwijzers wanneer de waarschuwingsknipperlichten aanstaan.

Bij dieselmotoren is er ook nog een lampje, dat uitgaat wanneer de voorgloeitijd is beƫindigd.

Er kunnen ook nog lampjes of andere signaalinrichtingen in het dashboard zijn ingebouwd, die aangeven dat de deuren niet goed dicht zitten of dat men de autogordels niet om heeft.

Ook kan het zijn dat er op het dashboard wordt aangegeven wat de temperatuur is (waarschuwingsinstallatie voor vorst) . Ook kunnen op het dashboard de meldingen van de boordcomputer verschijnen.