Ruiten

Overeenkomstig de wettelijke eisen moeten alle ruiten van een motorvoertuig van veiligheidsglas zijn gemaakt.

De voorruit, de achterruit en andere vaste ruiten, bijvoorbeeld in de zijkant, zijn bevestigd in rubberen frames of zijn vastgeplakt. De in de portieren aanwezige ramen worden in gecapitonneerde raamlijsten geleid.

Behalve de voorruit worden de ruiten gemaakt uit massief veiligheidsglas (1 laag). Door een bijzonder productieproces springen deze ruiten bij beschadiging uiteen in hele kleine stukjes zonder scherpe kanten, zodat het gevaar op verwondingen door glasscherven beperkt blijft.

Veiligheidsglas

Veiligheidsglas

Wanneer de voorruit wordt beschadigd, bijvoorbeeld door steenslag, wordt het zicht extreem beperkt, voor zover de stukken niet door de winddruk naar binnen worden gedrukt.

Dit probleem wordt bij het gelaagde veiligheidsglas opgelost, doordat de voorruit uit meerdere lagen bestaat, die door kunststoffolie onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Bij een beschadiging ontstaan er alleen dunne barsten, die weinig invloed op het zicht hebben.

Rubberen frame voor voorruit

Rubberen frame voor voorruit

Speciale uitvoeringen zijn de zogenoemde warmte-isolerende (niet-geleidende) ruiten, die gekleurd zijn en daardoor minder infrarode straling doorlaten. De passagiersruimte wordt daardoor minder verwarmd door de zonnestralen.

Bij achterruiten worden vaak verwarmingsdraden tussen de lagen (bij gelaagd veiligheidsglas) of op de ruit (bij massief veiligheidsglas) geplakt. Doordat de draden verhit worden, voorkomen ze dat de achterruit beslaat bij slecht weer en waarborgen zo een goed zicht door de achterruit (achterruitverwarming).

Raamslinger met scharniermechanisme

Raamslinger met scharniermechanisme

Het openen en sluiten van de zijruiten gaat door middel van raamslingers, die met de hand of via een elektromotor worden bediend.

De ruit wordt daarbij in de beide verticale geleidingen geleid en via een hefboomaandrijving of via een kabel geopend en gesloten.

Raamslinger met kabel

Raamslinger met kabel

Bij een hefboomaandrijving wordt met de slinger of met de elektromotor via een tandwiel een tandsegment aangedreven en zo een scharend stangenstelsel in beweging gebracht.

Bij gebruik van een kabel wordt een kabel zonder einde via rollen rondomgedraaid. Deze kabel brengt via een meenemer de zijruit in beweging.