Uitrusting

Tot de uitrusting van een motorvoertuig behoort een hele serie van inrichtingen en onderdelen, waar een auto maar moeilijk zonder kan. Dit zijn de portieren met de portiersloten, de stoelen en de ruiten.

Andere inrichtingen zijn wettelijk voorgeschreven resp. horen tot de standaarduitrusting van een personenauto:
– raamkruk
– veiligheidsgordel
– binnenverlichting
dashboard met wijzers en controle-instrumenten
– sigarettenaansteker
– verwarming van de passagiersruimte

Verders uitrustingscomponenten kunnen als speciale uitrusting worden toegevoegd of zijn, in hogere prijsklassen, al standaard geïnstalleerd.
Daartoe behoren bijvoorbeeld:
– radio
– schuifdak
– stoel-verwarming
– cruise-control (snelheidsregelaar)
– verwarming tijdens stilstaan van de motor (standkachel)
– airco
– alarminstallatie (tegen diefstal)
– wegrijblokkering-startblokkering
boordcomputer

Behalve de onderdelen die door de fabrikant seriematig of als speciale uitrusting meegeleverd worden, zijn er ook onderdelen in de handel die voor de autoliefhebber wel aantrekkelijk zijn en zijn auto een persoonlijke noot kunnen geven, maar de niet altijd ingebouwd mogen worden,

Elke auto moet voldoen aan een zogenaamde typegoedkeuring (homologatie). Deze keuringen worden verricht door de Rijksdienst voor het wegverkeer alvorens een kenteken wordt afgegeven. Op deze manier voldoet elke goedgekeurde auto aan de wettelijke regels en bepalingen. Indien de auto door aanpassingen niet meer aan de originele specificaties voldoet moet hij opnieuw gekeurd worden, aangezien anders de verzekering vervalt.